O slideshow foi denunciado.
Utilizamos seu perfil e dados de atividades no LinkedIn para personalizar e exibir anúncios mais relevantes. Altere suas preferências de anúncios quando desejar.

Nieuwe stoffen maken

2.924 visualizações

Publicada em

Publicada em: Ciências
  • Seja o primeiro a comentar

Nieuwe stoffen maken

  1. 1. Nieuwe stoffen maken
  2. 2. Vorige les? • Welke begrippen ken je nog?
  3. 3. 3 manieren van ontleden • Ontleden is een reactie
  4. 4. Thermolyse • Ontleden door verhitting • Organische stof (s) --- koolstof (s) + water (l) + witte rook (g) • Filmpje
  5. 5. Elektrolyse • Reactie dus ontleding door elektriciteit • Water (l) --- waterstof (g) + zuurstof (g) • Filmpje 1 • Filmpje 2
  6. 6. Fotolyse • Ontleding door licht • Zilverbromide (s) – zilver (s) + broom (l) • Filmpje
  7. 7. Nakijken • Nakijken opdracht 1 tot en met 16
  8. 8. Aan de slag/huiswerk • Maken opdrachten 17 t/m 22
  9. 9. Ontleedbaar of niet ontleedbaar • Wat weet je nog? • Uitleg • Nakijken • Aan het werk • Huiswerk
  10. 10. Zuivere stoffen • Zuivere stoffen kun je verdelen in: • Ontleedbare stoffen waterstofperioxide en water • Niet ontleedbare stoffen water en zuurstof
  11. 11. Schema
  12. 12. Ontleedbare stoffen • Bestaan uit meerdere atoomsoorten • Die kunnen door een ontledingsreactie worden omgezet in twee of meer stoffen
  13. 13. Niet ontleedbare stoffen • Dit is een stof die bestaat uit 1 atoomsoort en die kan niet meer door een ontledingsreactie veranderd worden in andere stoffen • Bijvoorbeeld Koolstof (C) • Zuurstof (O2)
  14. 14. Ontleden? Scheiden? • Ontleden is wat anders dan scheiden • Bij scheiden heb je dezelfde beginstoffen als de eindstoffen • Bij ontleden veranderen de beginnstoffen in andere eindproducten • Scheiden = GEEN chemische reactie
  15. 15. Waterstofperioxide • Is een ontleedbare stof • Kun je ontleden in water en zuurstof Waterstofperioxide (l) – zuurstof (g) + water (l) • Kun je gebruiken op verschillende manieren: – Haar blonderen – Mond spoelen – Wasgoed bleken
  16. 16. Behandelen! • Scheiden mengsel • Vormen mengsel • Fase overgang • Chemische reactie • Van mengsel zuiver stof maken • Niet ontleedbare stoffen maken
  17. 17. Fase overgang • .
  18. 18. Scheiden van een mengsel • Hoe?
  19. 19. Aan de slag • Maken opdrachten 23 t/m 30
  20. 20. Symbolen taal • Nakijken • Uitleg • Aan de slag
  21. 21. Symbolen taal • Universeel • Symbolen voor de stoffen • Symbool = Hoofdletter • Soms hoofdletter + kleine letter • Bijv. O = oxygen = zuurstof • Fe = Iron = ijzer
  22. 22. Aan de slag • Maken opdrachten
  23. 23. Moleculen & atomen • Vorige les • Uitleg • Hw controle • Nakijken • Aan de slag
  24. 24. Moleculen • Model maken van moleculen. • Opbouw van een model: – Alle stoffen bestaan uit moleculen – Elke stof heeft een eigen soort moleculen – Scheiden is het sorteren van molecuulsoorten – Moleculen zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes atomen
  25. 25. Scheikundige reactie • Bij een scheikundige reactie worden moleculen afgebroken. Je hebt dus dan aparte atomen. Van die atomen worden daarna weer nieuwe moleculen gemaakt. • Je raakt geen atomen kwijt bij een reactie maar je maakt met de atomen uit de beginstoffen nu nieuwe reactie producten.
  26. 26. Ontleedbare stof • Een molecuul van een ontleedbare stof is opgebouwd uit meerdere atoomsoorten • Bijv. bij water, dat bestaat uit zuurstof- en waterstof atomen.
  27. 27. Niet ontleedbare stof • Een molecuul van een niet- ontleedbare stof is opgebouwd uit 1 atoomsoort
  28. 28. Verbinding • Een verbinding is een ontleedbare stof. • Hier zijn twee stoffen met elkaar verbonden met de atomen.
  29. 29. Element • Het woord atoomsoort wordt niet altijd gebruikt. We gebruiken ook vaak het woord element. • Een element = een niet- ontleedbare stof. • Voorbeeld keukenzout is opgebouwd uit de elementen natrium en chloor.
  30. 30. Niet ontleedbare stoffen dus elementen • Bestaan uit 1 atoomsoort • Er zijn ongeveer 100 verschillende atoomsoorten
  31. 31. Periodiek systeem van de elementen
  32. 32. Aan de slag • Lezen B 5 • Maken opdrachten 39 t/m 46
  33. 33. Reactieschema en reactievergelijking • Uitleg • Oefenen • Nakijken • Aan de slag
  34. 34. Reactieschema of vergelijking? • Schema is met woorden • Vergelijking is met symbolen
  35. 35. Moleculen • Model maken van moleculen. • Opbouw van een model: – Alle stoffen bestaan uit moleculen – Elke stof heeft een eigen soort moleculen – Scheiden is het sorteren van molecuulsoorten – Moleculen zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes atomen
  36. 36. Scheikundige reactie • Bij een scheikundige reactie of chemische reactie worden moleculen afgebroken. Je hebt dus dan aparte atomen. Van die atomen worden daarna weer nieuwe moleculen gemaakt. • Je raakt geen atomen kwijt bij een reactie maar je maakt met de atomen uit de beginstoffen nu nieuwe reactie producten.
  37. 37. Periodiek systeem van de elementen
  38. 38. Fasen • Vaste fase • Vloeibare fase • Gasfase
  39. 39. Formules • Mono is 1 • Di is 2 • Tabel moet • je kennen!! Naam stof Molecuul formule stof Koolstofdioxide Co2 (g) Koolstofmono-oxide CO (g) Methaan CH4 (g) Stikstof N2 (g) Stikstofdioxide NO2 (g) Stikstofmono-oxide NO (g) Water H2O (l) Waterstof H2 (g) Zuurstof 02 (g) Zwaveldioxide SO2 (g)
  40. 40. Reactievergelijking maken • Koolstof (s) + zuurstof (g) koolstofdioxide (g)
  41. 41. Oefenen • Metaan (g) + Zuurstof (g) koolstofdioxide (g) + water (g)
  42. 42. Coëfficiënt • Getal wat je voor de formule zet om het kloppend te maken. • De 1 wordt altijd weggelaten.
  43. 43. Oefenen
  44. 44. Antwoorden
  45. 45. Aan de slag • Maken 49 t/m 52

×