O slideshow foi denunciado.
Utilizamos seu perfil e dados de atividades no LinkedIn para personalizar e exibir anúncios mais relevantes. Altere suas preferências de anúncios quando desejar.

"En toen trokken we met ons gezin bij de bobonne in"

629 visualizações

Publicada em

Zaterdag 24 september is het Wereld Dementiedag. Ingrid Vandamme zorgt al jaren voor haar inwonende moeder met dementie. Op dinsdag 20 september 2014 bracht ze haar aangrijpende getuigenis in Boekelberg, de gemeentelijke Nederlandstalige bibliotheek.

Schepen Dirk Lagast en zijn collega Véronique Capelle organiseerden er een namiddag rond het thema Alzheimer.

brOes (N) stelde er het Brussels Expertisecentrum Dementie voor en Arémis (F) had het over hun project dat thuiszorgt bevordert en de autonomie en levenskwaliteit van de patiënt en zijn verzorger verbetert.
Verpleegkundige Stefan Van Beethoven met zijn uniek project 'Eb en vloed in het gemoed', een manier om mensen met dementie in woonzorgcentra op een inclusieve manier te benaderen.
Ingrid Vandamme kwam speciaal uit Zeebrugge om het verhaal van haar gezin en haar mama te vertellen.

Met een veertigtal aanwezigen was Boekelberg goed gevuld.

Alzheimer: spreek erover! parlons-en!

Publicada em: Saúde e medicina
  • Login to see the comments

  • Seja a primeira pessoa a gostar disto

"En toen trokken we met ons gezin bij de bobonne in"

  1. 1. 148 WERELD DEMENTIEDAG Ingrid zorgt voor haar ‘En toen trokken we met onsgezin bij de bobonnein’
  2. 2. 149 s Zaterdag24septemberis hetWereldDementiedag.In Vlaanderentreftde aandoeningmeerdan 120.000mensen.Tochzijn velepatiëntengelukkig,zegt expertJurnVerschraegen. IngridVandamme(53),die zichalzes jaaroverhaar ziekemoeder(81)ontfermt, kanhetalleenmaar beamen. I edereen kent wel iemand met de- mentie. Vijfentwintig procent van de Vlaamse tachtigplussers wordt er- mee geconfronteerd. En het experti- secentrum Dementie Vlaanderen verwacht dat dit aantal tegen 2030 met een kwart zal stijgen. Eén van de mensen achter die cijfers is Josée, moeder van Ingrid Van- damme. ‘Zo’n negen jaar geleden gaf mama me een stapeltje overschrijvingen mee voor de bank’, vertelt Ingrid. ‘Dertig euro voor Moeders voor Moeders, dertig voor Art- sen zonder Grenzen, dertig voor nog een ander goed doel. Op zich niks mis mee, natuurlijk. Maar de hoeveelheid aan schenkingen was opvallend. Bleek dat mama ervan over- tuigd was dat het om re- keningen ging die ze móest betalen.’ Maar het ging wellicht om gewone smeek- brieven van die organisaties. Inderdaad. Waar een overschrij- vingsformulier aanhing. Het bracht mama in de war. Het was de eerste keer dat ik opmerkte dat ze veranderde. Maar het alarm in m’n hoofd ging pas af toen ik een telefoontje van de buurtsupermarkt kreeg. Moeder was toen drieënzeventig. Ze stond op de parking, volledig de kluts kwijt. Ze wist niet meer hoe ze haar auto moest starten, laat staan waar ze naartoe moest. Was het makkelijk te aanvaarden dat ze hulp nodig had? Je móet wel, hé. Ik ben opgegroeid met een zusje dat het syndroom van Down had. Twee jaar geleden is ze overleden. Dat was ook niet gemakkelijk. Maar het heeft mij geleerd dat het perfecte leven niet bestaat. Je kan er alleen het beste van maken. Jouw moeder heeft nog zo lang mogelijk thuis gewoond. Mits de nodige hulp, ja. Maar na enkele maanden hebben we haar naar een rust- huis moeten brengen, het ging gewoon niet meer. Alleen... Daar kwam ze terecht tussen mensen met een zeer beperkt leven, die vooral fysíek aftakelden. Ik had het daar erg moeilijk mee. Mama was nog zo mooi, je zag niet aan haar dat ze demente- rend was. Tot in het rusthuis. Daar leek ze snel achteruit te gaan. Had je nog echt contact met haar? Best wel. Al werd er niet veel gezegd als we haar gingen opzoeken. Tja, wat doe je dan? Een wandelingetje, wat in het cafeta- ria zitten... Dus zijn we begonnen met haar al eens mee naar ons thuis te nemen, voor een uurtje. Dat werd al gauw een na- dementerende moeder Ingridmet haarmoeder Joséeenkele jarengeleden. Ik kreeg een telefoontje van de buurtsupermarkt. Moeder stond op de parking, volledig de kluts kwijt. Ze wist niet meer hoe ze de auto moest starten en waar ze naartoe moest’
  3. 3. 150 Wereld Dementiedag s middag, dan een dag. Tot ze vijfenzeven- tig werd. Toen hadden we een feest geor- ganiseerd en bleef ze bij ons slapen. En aan ’t ontbijt vroegen we ons ineens af: ‘Waarom nemen we de bobonne niet ge- woon in huis?’ Geen evidente beslissing. Nee, maar ze was al zo vaak bij ons. Dus hebben we haar nooit meer teruggebracht. En we zagen bobonne opfleuren. Thuis krijgt ze veel meer aandacht, hé. Hadden jullie de ruimte om haar in huis te nemen? We hebben met heel veel plezier een ka- mer vrijgemaakt. Zelfs de kinderen, toen dertien, zestien en zeventien, stonden ach- ter onze beslissing. We hebben een paar maanden in ons toenmalige huis gewoond. Om daarna met z’n allen naar dat van mama te verhuizen. Dat leek ons beter. Dat stond leeg. Inderdaad. En die omgeving is vertrouwder voor mama. Al herkent ze tegenwoordig zelfs het huis niet meer. Ook zich uiten is lastig. In het begin ging dat nog goed, maakten we strandwandelingen of sneed ze de groentjes tijdens het koken. We gingen ook al eens samen een koffie drinken. Da’s geminderd. Praten lukt niet meer. Maar ze is dankbaar, weet ik. De pretlichtjes in ma- ma’s ogen verdwijnen nooit. Als gezin vraagt dit toch grote opofferingen? Zo wil ik het niet noemen. Het is een en- gagement, geen opoffering. Mama heeft jarenlang voor ons gezorgd, nu is het mijn beurt. Al is het best zwaar, dat zal ik niet ontkennen. Onze sociale contacten nemen af, iets spontaan ondernemen kan niet meer. Eens gaan eten bijvoorbeeld kan al- leen als iemand bij mama blijft. Maar we nemen ze ook geregeld mee. Evengoed soms lastig, maar zolang het kan... Er komt mogelijk een moment dat ze toch terug naar het rusthuis moet. Daar ben ik me van bewust. Ooit wordt de zorg voor ons te zwaar. Maar dan moeten we niet verdrietig zijn, maar blij én dank- baar voor de jaren dat ze bij ons was. Herkent ze jou nog? Nee. Ik spreek haar ook niet meer aan met ‘mama’ maar met bobonne, zoals de kin- deren. ’t Zou te verwarrend voor haar zijn. En zij ís niet meer de moeder die ik kende: een fiere vrouw, actief in allerlei verenigingen, met een zetel in de ge- meente- en de provincieraad... Ze is nu een lief, kwetsbaar mensje waarvoor we mogen zorgen. Hoe gaan je broers om met haar toestand? Die hebben het daar moeilijker mee. Wij zien mama elke dag, zij enkel als ze op be- zoek komen. En dan vallen de veranderin- gen meer op, hé. Sommige mensen met dementie worden agres- sief. Mama gelukkig niet. Ze is altijd goed- lachs, behulpzaam en zorgend. En haar uitstraling is nog steeds stralend. Ze kan het alleen niet meer zeggen, maar haar ogen tonen wat ze voelt. Een gesprek zit er niet meer in? Al drie, vier jaar niet meer. In het begin kon ik nog zeggen: ‘Bobonne, dek jij de tafel?’, waarop ze vroeg: ‘Voor hoeveel?’ Maar nu... Soms zegt ze weken niks, en dan ineens ‘dank u’. Maar mijn vader is al twintig jaar dood, moeder kan ik ten min- ste nog vastpakken. Kijken naar wat je nog hebt, in plaats van te treuren om wat er niet meer is, díe in- gesteldheid moet je hebben. Hoe communiceren jullie dan? Met een blik of een aanraking. Eens goed knuffelen, een zoen geven... Tonen dat ik haar graag zie. Of ik steek een monoloog af, meegaand in haar wereld. (lacht) Al is het soms zwaar, ja. Zo schoot ze in het be- gin vaak midden in de nacht ‘Mijnmoederen ik communiceren met knuffels.’ Ik noem haar niet meer mama. Zij ís niet meer de moeder die ik kende’
  4. 4. 151 wakker. Dan moest ze naar ergens ver- trekken. Gevolg: heel wat ochtenden ben ik naast mama wakker gewor- den, want alleen als ik bij haar kwam liggen vond ze rust. Nu loopt ze niet meer rond. Op dat vlak is de zorg makkelijker geworden. Krijg je dan geen hulp? Jawel, beetje bij beetje vraag je dat aan. Eerst komt er een verpleegster om mee te wassen. Nu hebben we ook iemand die ’s avonds komt helpen bij het omkleden. Ook de bu- ren springen al eens in, wanneer ik naar een vergadering moet of zo. En we bren- gen haar drie dagen per week naar de dag- opvang. De impact op jullie gezinslevenmoetgrootzijn. Inderdaad, maar wij zijn zo blij dat we aan onze kinderen kunnen tonen dat het leven niet perfect moet zijn om gelukkig te zijn. Dat zorgen voor elkaar toppriori- teit moet zijn. Onze maatschappij heeft zoveel nood aan positieve verhalen. n KATHLEEN VERVOORT Deexpert:‘Ga meeinhunrealiteit’ Jurn Verschraegen is di- recteur bijhetExpertise- centrumDementieVlaande- ren.Jarenlangstondhijzélfinde zorg.‘Maarwerkenmetmensen metdementieisnietiedereenge- geven’,zegthij.‘Hetvergtheelveel geduldéninlevingsvermogen.’ Tochverblijftzeventigprocentvan depatiëntenníetineenwoonzorg- centrum,tussenprofessionele hulpverleners,maarthuisbijhun partnerofkind.Dievaaknietweten hoezebestmetdiesituatieom- gaan. Stel:Omameentdathaarkleinkind haarzusis,ofvergistzichvandag. Hoereageerje? Zegtzijdathetzondagis,terwijl heteenhectischedinsdagis,ga daardanniettegenin.Danishet maareenmooiezondag. Hetzelfdemetper- soonsherkenning.Spreektzehaar kleindochter OliviaplotsaanmetJosephine,denaamvanhaar zus,laatdatdanzo. Gameein derealiteit vande persoonmetdementie. Corrigerenzoualleen maarvoorfrustratieszorgen. Eenvrouwvan achtentachtigdiezegtdathaar moeder nogop bezoekkomt,moetjevooralniet duidelijkmaken dathaarmoederaljarendoodis.Vraagliever wat voorvrouwhaarmoederis,wathaar zobijzon- dermaakt. Laathaarherinneringenophalen. Maardatvraagttijden geduld, natuurlijk. Netdaar loopthetdikwijlsmis. Erzijnookminderaangenamemomenten.Bij- voorbeeldwanneerdevroegerzoaimabeleopa plotsagressiefwordt. Dieagressieiseigenlijkeenvormvanonbegrip. Wantdenknietdatiemandmetdementieniet beseftwathemofhaaroverkomt. Zevoelen maaraltegoedhoezeallegripophunlevenver- liezen.Misschienwasvaderjarenlanghethoofd vandefamilie.Demandievoorzijngezinzorgde, belangrijkebeslissingennam,diehetvoor‘tzeg- genhad.Enplotskanhijdatnietmeer,wordende rollenomgedraaid.Da’sfrustrerend.En‘tergste vanal:dieopborrelendeagressieuitenzemeestal tegenoverdemensendiehenhetliefstezien. Vergelijkhetmeteenkinddattegenz’nmoeders schenendurftschoppenomdathetweetdatzij hettochnietindesteekzallaten. Zijndementemensengelukkig? Watisgeluk?Eenconceptdatwezelfhebbenuit- gevonden.Maarikbegrijpdatmensenzichdie vraagstellen.Zekerwanneerouderenindever- zonkenfasezitten,inhuneigenwereldjedatzich beperkttothooguiteenpaarvierkantemeter rondomhen.Maarookzijkunnennoggenieten. Vaneenaanraking.Ofvanmuziekdieherinnerin- genoproept.Onlangszagiknogeenmooifrag- mentoptelevisie.Eenmandieelkedagnaastzijn dementevrouwgingzittenenhaarlievelingsplaat draaide.Erwerdnietsgezegdentochzagjedie vrouwstralen.Zekreeghetgevoeldatzeernog mochtzijn.Ikdenkdatweeerdermoetenspre- kenvan‘vredemetdesituatie’danvan‘gelukkig zijn’. Endathebbendemeestenwel. Hoeverstaatdemedischewereldeigenlijk? Momenteelbestaanerviermedicijnen,dievooral bijdealzheimertypeswerken.Eriseennieuw middelinontwikkeling,maardatzalnognietvoor ‘teerstopdemarktkomen.Kandehuidigemedi- catiedementiegenezen?Menkandesympto- menbestrijden,maarniethetvoortschrijdenvan deziekte.Hetisduseenkwestievantijdigingrij- pen,wanneerjedeeerstetekenenopmerkt. Ietsvergeteniséénding,maarwanneer alarmeerjedehuisarts? Wanneerjemerktdatiemandsteedsvakerge- heugenstoornissenheeftdieeenimpacthebben ophetleven.Wanneermenz’nkinderennietmeer herkent,nietmeeropdejuistewoordenkomt,zich nietmeerkanaankleden.Wanneermendeaf- standsbedieningvandetelevisiewilgebruikenom degaragepoortteopenen.Ofwanneermenop- vallendepersoonlijkheidswijzigingenvertoont. Dementie is niets om beschaamd over te zijn. Durf erover praten met de huisarts. n KAV HOEOMGAANMETEENDEMENTERENDE? Ingridmetbobonneendedrie kleinkinderen. ‘Mijn kinderenhebben geleerdomvoor anderente zorgen.’ Jurn Verschraegen, directeurbij hetExpertise- centrum Dementie Vlaanderen.

×